Gemene cellen

Hoe vertel je je kind wiens levensjaren op een hand te tellen zijn dat je een ziekte hebt die levensbedreigend kan zijn? Hoe betrek je je kind bij iets waarvan je liever had dat het nooit nodig zou zijn? Je wilt je kind het liefst beschermen, beschermen tegen alle kankerellende. Terwijl ik deze woorden schrijf schieten de namen van Jip en Janneke me te binnen. Nee, zover ik kan nagaan is er geen Jip en Janneke boek waarin dit in kindertaal wordt uitgelegd. Ja, er zijn wel kinderboeken, maar de boeken die ik toegereikt kreeg en zelf vond dekten voor mij niet de lading van de boodschap.

 

Spoken
Dan maar in de digitale wereld rondneuzen naar dat wat bij ons past. Ik belandde op de website ‘Kankerspoken’, een website speciaal voor kinderen die te maken hebben met kanker dichtbij. Ik bekeek de beelden en las de teksten die hoorden bij de leeftijdscategorie van mijn kind. Ook daarbij liep ik niet over van enthousiasme als je überhaupt al van enthousiasme kunt spreken bij dit thema. Ik koos voor de gulden middenweg… wel de plaatjes en het filmpje, maar de laatste met het geluid uit en mijn eigen woorden erbij.

Het moment is daar. Ik zie er als een berg tegenop. Samen bekijken we het scherm van de laptop. Nee, dit keer geen leuk en grappig filmpje van Buurman en Buurman, die voor elk probleem wel een passende oplossing bedenken.

Gemene cellen
De geboorte van de ‘gemene cellen’ werd een feit. Eenvoudige beelden geven weer wat er staat te gebeuren. Centraal staan de gemene cellen. In mijn geval betrof het een operatie als eerste stap en chemotherapie als tweede stap. Het meest bizarre aan het hele verhaal is dat ik in feite, nee niemand weet of er überhaupt nog gemene cellen ronddolen in mijn lijf na de operatie.

“Om zeker te zijn dat er geen boze cellen in mama’s lichaam blijven krijgt mama in het ziekenhuis medicijnen om de cellen aan te vallen, te verjagen.” Nou lekker dan.
Harmonie is een woord wat hoog in mijn vaandel staat in dit leven, vechten en verjagen passen daar niet echt in. Daar komt bij, Ik ben blijkbaar ziek, ziek omdat ik kanker heb, maar ik voel me helemaal niet ziek. Ik begrijp er zelf helemaal geen ene snars van, laat staan dat ik het aan een kleuter kan uitleggen. Ga er maar aanstaan.

“En door de medicijnen vallen mama’s haren ook nog uit. Mama wordt dus kaal.“
Nu is het echt genoeg. ‘A je to’, het is klaar. Meer kan ik niet aan. Mijn eigen grens is hiermee echt bereikt.


Tijd voor wat luchtigheid … dus Buurman en Buurman.

 

Het is inmiddels eind augustus. Met frisse moed gaan alle kinderen weer naar school, een nieuw schooljaar staat voor de deur. In de eerste lesweek staat mijn eerste chemo op de agenda. De komende 18 weken zal ik hiermee onder de pannen zijn, terwijl het leven van alledag gewoon doorgaat.